Bourgogne buiten de gebaande paden IV

Vierde en laatste bijdrage in de zomerserie. Wij rijden nog steeds door het departement Saône-et-Loire, verlaten de Côte Chalonnaise en rijden de Mâconnais binnen. Met op de achterbank mijn bourgognebijbel: ‘Burgundy: How to find great wines off the beaten track’ van Patrick Matthews, de inspiratiebron van deze bijdragen.

Lugny, Mâconnais (Wijn uit Bourgogne)
Wijngaarden in het noorden van Mâconnais

Inleiding
Allereerst is de Mâconnais groot, erg groot. In dit bourgondische wijndistrict wordt meer wijn geproduceerd dan in de Côte d’Or en de Côte Chalonnaise tezamen. Verder is de overgang tussen de Côte Chalonnaise en de Mâconnais vaag, een soort niemandsland met bijna geen wijngaarden. Trek een streep tussen Saint-Gengoux-le-National in het westen en Tournus in het oosten en je hebt enig idee van een grens. Met onder meer de klinkende naam ‘Pouilly-Fuissé’ is het zuiden van de Mâconnais bekender bij het grotere publiek dan het noorden van de Mâconnais. Daarom beperkt deze bijdrage zich tot het noorden van de Mâconnais. Geen Pouilly-Fuissé of Saint-Véran derhalve. Maar ook geen Viré-Clessé, de enige appellation village in het noorden van de Mâconnais. Zij kwamen allen eerder aan bod, ongetwijfeld in de toekomt weer. Lees verder