Op zijn sterfbed zou Napoléon tot zijn bediende Marchand hebben gezegd: “Geloof me, Marchand. Zodra ik niet meer van deze wereld ben, koop dan een stukje land in Bourgogne. Het is het land van de dapperen. Daar ben ik geliefd, en door mijn naam zul jij er eveneens respect en genegenheid ontvangen.”

Tussen 1788 en 1791 werd Napoléon Bonaparte als tweede luitenant overgeplaatst naar de Artillerieacademie in Auxonne, ruim dertig kilometer ten oosten van Dijon. Hoogstwaarschijnlijk maakte hij tijdens dit verblijf in Bourgogne kennis met wat spoedig zijn lievelingswijn zou worden: Chambertin. Reeds in de 7e eeuw produceerden de monniken van de abdij in Bèze een wijn van hoge kwaliteit in hun Clos de Bèze te Gevrey. Hun buurman Bertin maakte eveneens een goede wijn, en bij zijn overlijden kwamen zijn wijngaarden in handen van de monniken van Bèze, die het perceel Champ de Bertin aan hun bezit toevoegden. Zo verkregen het inmiddels Grand Cru-climat Chambertin en het wijndorp Gevrey-Chambertin hun namen.
Lees verder