Drie nieuwe boeken over Bourgogne

Hospices de Beaune

L’Hôtel-Dieu in Beaune

Het afgelopen jaar verschenen in het Nederlandse taalgebied drie boeken over Bourgogne. Om te beginnen met De Bourgondiërs van Bart van Loo. Rond de zomer was daar Bourgogne, wijn en weelde van Marion van Amelrooij. Onlangs trof ik De Bourgogne. Meer dan wijn & het goede leven van Lenette Schuijt aan. Over het lijvige en indrukwekkende werk van Bart van Loo houd ik het kort, omdat wijn geen grote rol speelt. Wil niet zeggen dat de klievende zwaarden, het rondspattend bloed en de knarse-tandende hertogen mij tot in de late uurtjes fascineerden.

Bourgogne, wijn en weelde van Marion van Amelrooij verscheen in de serie PassePartout Reisgidsen. Het is prijzenswaardig dat de schrijfster in de inleiding vermeldt in haar boek een aantal keuzes te maken. Ik mis echter de onderbouwing van deze keuzes. Waarom alleen de focus op de regio Beaune, wanneer wijn uit Bourgogne het onderwerp is? Daarbij begint het wijnhoofdstuk met de zin: “Bij Beaune denk ik aan het Hôtel-Dieu.” Naarstig op zoek naar een toch al gerantsoeneerde hoeveelheid wijn lopen wij plotseling rond in de gangen van het voormalige ziekenhuis.

Lenette Schuijt opent De Bourgogne. Meer dan wijn & het goede leven met de korte zin: “Dit is geen reisgids.” Toch stapte ze in een auto om van noord naar zuid vier wijndistricten te doorkruisen. Na een goede start in de Côte de Nuits blijkt zij geen weet te hebben van de grens met de Côte de Beaune, getuige de streep die zij een dikke zeven kilometer zuidelijker ter hoogte van de stad Beaune trekt. De wijndorpen Aloxe-Corton en Pernand-Vergelesses worden voor het gemak onder het kopje ‘Côte de Nuits’ geveegd. In het bronnenoverzicht vermeldt de schrijfster een wijnatlas uit 1989. Toen was de grens tussen beide wijndistricten reeds haarscherp. De Côte de Beaune begint bij de appellation village Ladoix.

In deze bijdrage richt ik mij alleen op hetgeen wordt geschreven over wijn uit Bourgogne. Bij dat onderwerp voel ik me tenslotte het beste thuis. Vergeef me dat ik extra alert ben wanneer iemand schrijft over ‘mijn’ Côte Chalonnaise. Dient te worden opgemerkt dat beide schrijfsters zich bewust zijn te wedijveren met een aantal goede tot zeer goede boeken en reisgidsen over Bourgogne. Het is hun verdienste dat beide schrijfsters op deze uitdaging ingingen en zij deden dit op een volstrekt unieke wijze.

Helaas grossieren beide schrijfsters in onjuistheden. Wanneer van Amelrooij de Voie Verte (een fietsroute) door de Côte Chalonnaise volgt, neemt zij in één alinea maar liefst vijf keer een verkeerde afslag. Zelfs letterlijk (de Voie Verte leidt niet door Rully en Mercurey) *). Schuijt rommelt erop los met appellations en cru’s. Ten tweede dien je, juist in een boek over Bourgogne, behoedzaam te zijn zaken te generaliseren. Het gaat voorbij aan de grote diversiteit binnen de Bourgogne, zelfs binnen één wijngemeente. Volgens Schuijt wordt in Bouzeron alleen de aligoté druif aangeplant, terwijl alleen al binnen het climat ‘La Fortune’ aligoté, chardonnay, pinot noir en gamay is te vinden. Behoed je ook voor het blijkbaar hardnekkige archaïsche beeld dat je in de Côte Chalonnaise overal wijn kunt proeven. Ten slotte zijn er de eigen denkbeelden en opvattingen over wijn uit Bourgogne. Wanneer van Amelrooij stelt dat de gamay druif wijn produceert “voor onervaren, beginnende proevers”, maakt zij het te bont. Ik denk hierbij ook aan de vele wijnbouwers in de Mâconnais die van deze druif fantastische rode (of rosé) Mâcon maken. Zij mag ook wat vriendelijker zijn voor de aligoté druif.

In Bourgogne wonen en er een boek over schrijven. Beide zaken gaan ongetwijfeld gepaard met het nodige enthousiasme en een volhardende geestdrift. Het zorgt voor een aantal blinde vlekken die de nodige zelfkritiek in de weg staan. Terwijl van Amelrooij over wijn diende te schrijven, zagen wij haar in de stad Beaune ronddolen om te vertellen over haar favoriete spots. Het typisch Bourgogne vinden dat de druiven vrijwel niet worden gemengd. Typisch Elzas ook. Schuijt op haar beurt vertelt over een feestje bij haar buren. Iemand had een goede Bourgogne meegenomen. Er werd een scan gemaakt van het etiket en later werd die wijn door de schrijfster bij een cave in Mellecey (nabij Givry) gekocht. Niet voor de eerste keer verzwijgt de schrijfster de naam van zowel de Bourgogne als van de cave. Hoe leuk de notie van een gezellig feestje en een dagje wijn kopen ook klinkt, zonder verdere duiding wordt het allemaal te gezapig en draagt het in ieder geval niet bij tot een beter begrijpen van Bourgogne, de doelstelling van haar boek.

*) Ook niet door Montagny (dat dorp bestaat niet), niet alle wijnen binnen de Côte Chalonnaise dragen een appellation village en in Givry is géén coöperatie (inmiddels wel binnen de VVV een caveau collectif , maar dat is heel wat anders).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.