On paper, there’s no contest: the Côte d’Or has the famous wines that everyone has heard of […] yet I’m not sure I wouldn’t prefer to spend time with the poorer relative. This region exemplifies the Burgundian qualities of straightforwardness and lack of pretension. When people make a fuss over a Montagny or a Rully, you can be sure it’s simply because they are knocked out by the quality of the wine. — Patrick Matthews

Terug in de Côte Chalonnaise, met de woorden van de Engelse wijnschrijver Patrick Matthews in gedachten. Het blijft een prachtig wijndistrict om doorheen te reizen: met de auto als het moet, te voet met wandelstok en rugzak als het kan. Het rurale, bijna archaïsche beeld dat Matthews ruim tien jaar geleden schetste, is nog altijd grotendeels herkenbaar. Bij sommige domeinen lijkt de tijd stil te hebben gestaan. De wijnen zijn vaak van uitstekende kwaliteit en kunnen in een ongedwongen, gastvrije sfeer worden geproefd en gekocht.
Inmiddels kan ik er mijn ogen niet meer voor sluiten: de Côte Chalonnaise verandert. Ik werd met de neus op de feiten gedrukt toen ik onlangs op internet een artikel aantrof met de licht verontrustende titel Un dynamisme fou autour des vins de la Côte Chalonnaise. Ik trof een kleine twee weken geleden nog zo’n artikel aan, waarvan ik niet weet of ik er vrolijk van word.
Wat betreft het moderne wijntoerisme is de Côte Chalonnaise plotseling le nouvel eldorado des passionnés. Wat er ook wordt ontketend, ik hoop dat, al dolend door de Côte Chalonnaise, de woorden van Patrick Matthews mij vertrouwd zullen blijven.
De Bourgognes uit de Côte Chalonnaise worden steeds beter. Opvallend is dat de tannines van de rode wijnen – met name uit Mercurey en Givry – zachter zijn geworden. Ook witte Givry, die ik vroeger als een vreemde eend in de bijt beschouwde, weet mij inmiddels keer op keer te raken. Dat deze kwaliteitsstijging geen toeval is, blijkt onder meer uit het oogstjaar 2017, dat door La Revue du Vin de France werd uitgeroepen tot een uitstekend jaar voor dit wijndistrict.
Dat groeiseizoen kende een lange droge periode zonder te ontaarden in extreme hitte. De zon deed haar werk, hagel bleef grotendeels uit en de druiven konden mooi rijp en gezond worden geoogst. Ik denk terug aan de zonnige Côte Chalonnaise ‘Terroirs de Mellecey’ 2017 van Domaine de la Monette, die ik proefde tijdens Grands Jours de Bourgogne 2018: een mand vol rijp rood en blauw fruit. Met de inzichten van nu verbaast dat allerminst meer.
Nu het heet is, smeden de wijnbouwers en andere belanghebbenden hun ijzers. De Côte Chalonnaise promoot de stijgende kwaliteit van haar Bourgognes intensief en op een zeer professionele wijze.
In Chalon-sur-Saône werd vorig jaar het centrale promotie- en verkooppunt La Maison des Vins volledig gemoderniseerd; kosten noch moeite werden gespaard. In Mercurey opende enkele jaren geleden het luxe Caveau Divin Mercurey om de plaatselijke Bourgognes daar onder de aandacht te brengen. Meer dan veertig domeinen, niet de minste namen, doen inmiddels mee.
Onder leiding van de Union des Producteurs des Vins de Givry werd dit voorjaar de oppervlakte van de VVV in Givry uitgebreid, zodat de lokale wijnen onder de naam Caveau Givry Vins in de schijnwerper konden worden geplaatst. AOC Montagny bleef niet achter en opende op haar beurt Cave aux Montagny, nota bene op een steenworp afstand van de grote plaatselijke coöperatie (Vignerons de Buxy) in Buxy.
Dit alles schreeuwt om een rondje Côte Chalonnaise, en hierover bericht ik graag in de twee volgende bijdragen.