‘Grands Jours de Bourgogne’ is een tweejaarlijkse wijnbeurs, voorbehouden aan professionele kopers van Bourgognewijn (wijnhandelaren, importeurs, slijterijen, restauranthouders, sommeliers) … én aan journalisten. Het vijfdaagse evenement bracht meer dan 1.000 wijnmakers samen, die zo’n 10.000 wijnen presenteerden aan ongeveer 2.500 bezoekers, en op de vierde dag stond een bezoek aan de Côte Chalonnaise op het programma, waar onder meer een bio-ontmoeting werd georganiseerd.

Het regende pijpenstelen toen ik na Chagny de Côte Chalonnaise binnenreed. Omdat het tijdens Grands Jours de Bourgogne niet mogelijk was om wijn te kopen, reed ik vroeg in de ochtend langs een paar vertrouwde adressen om wat mee te nemen naar huis. Voor de rest van de dag stonden twee manifestaties op het programma: één in Mercurey en één in Rully. Ik ken geen plek in Bourgogne zo goed als dit deel van de Côte Chalonnaise, en het stemde me allerminst vrolijk dat ik dezelfde avond alweer moest terugkeren naar mijn hotel in Beaune.
In de Tonnellerie de Mercurey hadden zich ruim tachtig wijnproducenten uit de Côte Chalonnaise verzameld. Omdat ik al acht jaar in deze streek resideer, kende ik de namen van de meeste wijnbouwers. Er kon zelfs Nederlands worden gesproken met Roelof Ligtmans, eigenaar van Domaine de la Monette in Chamirey (Mercurey). We mochten onder meer zijn ‘Terroir de Mellecey’ (2017) proeven — een heerlijke, fruitige rode Bourgogne Côte Chalonnaise. In Mercurey liet de Côte Chalonnaise zich sowieso van haar beste kant zien: van de mooie Bouzeron (100% aligoté) van Domaine de Villaine en Domaine Michel Briday (inmiddels geleid door Sandrine en Stéphane Briday) tot indrukwekkende 1ers Crus uit Mercurey, waarbij ik vooral de met veel liefde en zorg gemaakte ‘Clos des Grands Voyens’ (monopole) 2016 van Domaine Jeannin-Naltet niet onvermeld wil laten. De naam van dit laatste domein verdient het om onder de aandacht te blijven.
Zoals ik in een eerdere bijdrage al vermeldde, vond ik het verstandig om enkele manifestaties te laten schieten. In hetzelfde Mercurey vond die dag nog een derde evenement plaats, gewijd aan jong Bourgondisch talent. Hoewel mijn redenering deze volgende generatie wijnbouwers niet geheel recht doet, had ik de indruk dat zich vooral zonen en dochters van reeds gevestigde namen presenteerden. Nieuwe namen waren op één — vooruit, twee — handen te tellen. Bovendien wachtte in Rully een manifestatie waar ik me de hele week al op verheugd had en waar ik de hele middag mijn aandacht aan wilde schenken.
Daarom reed ik via smalle binnenwegen van Mercurey naar Les Bio – Rencontres in Rully. Tijdens deze manifestatie boden ruim zestig exposanten, van Chablis tot Pouilly-Fuissé, hun wijnen in bio-stijl aan. Achteraf gezien was het in deze drukke week wellicht praktischer geweest wanneer de bio-wijnbouwers zich hadden gemengd met de andere producenten uit de betreffende wijndistricten. De vele reclame-uitingen binnen en buiten de expositiezaal en de aanwezigheid van de tv-zender France 3 Bourgogne deden vermoeden dat achter de organisatie van Les Bio – Rencontres een commercieel motief schuilging. Enfin — dat was natuurlijk vanaf het begin ook de opzet van Grands Jours de Bourgogne. Een dubbel gevoel dus, met uiteindelijk de overheersende gedachte dat deze bio-wijnbouwers, dankzij een eigen manifestatie, toch de nodige aandacht kregen en verdienden: vanwege hun grondhouding, hun toewijding én hun mooie Bourgognes.
In de Salle Polyvalente van Rully kon ik Bourgognes proeven van biologisch of biodynamisch gecertificeerde producenten. Er waren bekende namen aanwezig, zoals Jean-Marc Brocard uit Chablis en Bruno Clavelier uit Vosne-Romanée. Ik was in ieder geval verheugd eindelijk persoonlijk kennis te mogen maken met Domaine Jean et Geno Musso (Château de Sassagny). Patrick Matthews schrijft in zijn boek over Bourgogne op enthousiaste wijze over deze bio-pionier en over de uitstekende kwaliteit van zijn wijnen. Tip van Matthews — en inmiddels ook van mij: de onberispelijke, overheerlijke rode Hautes-Côtes de Beaune. Ook de karaktervolle Crémant de Bourgogne (Blanc de blanc — en ik wist niet dat de smaak van appel zo lekker kon zijn) zou ik niet laten staan. Visitekaartje meegenomen, want een bezoek aan dit domein is alleen mogelijk op afspraak. Houd de naam van dit domein vooral in gedachten wanneer je in Bourgogne een grote supermarkt bezoekt.