Een ingrijpende herziening? Onmiskenbaar. Maar niet alles is nieuw: verschillende praktijken worden al langer toegepast in andere delen van Bourgogne. Nieuw is wél dat de regels van de AOP Mâcon op belangrijke punten zijn aangepast.

Om wijnbouwers meer ruimte te geven om in te spelen op veranderende klimatologische omstandigheden en tegelijk de concurrentiekracht van de appellation te versterken, is op 7 augustus 2026 een nieuw cahier des charges voor de AOP Mâcon officieel goedgekeurd. Het besluit verscheen op 13 augustus in het Journal officiel en het nieuwe cahier des charges is sinds 14 augustus van kracht.
Het gaat nadrukkelijk om een herziening van de regels van de AOP Mâcon zelf; andere bourgondische appellations worden daarmee niet automatisch aangepast. De belangrijkste wijzigingen spelen zich af op vier terreinen.
1. Druivenrassen (een kleine revolutie)
Hoewel de chardonnay druif de koningin van de Mâconnais blijft, is de exclusiviteit voor witte appellations régionales doorbroken. Minimaal 90% van de aanplant moet nog altijd uit Chardonnay bestaan, maar Aligoté, Pinot Blanc en Pinot Gris zijn nu als aanvullende druivenrassen toegestaan.
Ook Melon en Sacy zijn opgenomen in het nieuwe cahier des charges. Voor deze twee druivenrassen gelden echter specifieke voorwaarden en beperkingen. De aanvullende rassen mogen samen maximaal 10% van de aanplant uitmaken; voor Melon en Sacy geldt daarbinnen een afzonderlijke limiet van 5%. In de uiteindelijke wijn kan het aandeel van de aanvullende rassen oplopen tot 15%, waarbij Melon en Sacy samen maximaal 10% mogen vertegenwoordigen.
De nieuwe regels gelden voor de witte wijnen van de regionale Mâcon-appellation, dus voor Mâcon, Mâcon-Villages en de Mâcon-wijnen met een aanvullende geografische aanduiding, zoals Mâcon-Lugny. Voor rode en rosé Mâcon verandert de toegestane rassenkeuze niet: generieke Mâcon kan Gamay en Pinot Noir bevatten, terwijl voor Mâcon met een aanvullende geografische aanduiding 100% Gamay de basis blijft.
2. Beplanting (modernisering in de wijngaard)
Ook de regels voor de inrichting van de wijngaard zijn versoepeld. De minimale plantdichtheid is verlaagd van 7.000 naar 5.000 stokken per hectare en de maximale afstand tussen de rijen is verruimd van 1,80 naar 2,20 meter.
Dat is meer dan een cosmetische wijziging. Ruimere rijen maken mechanisatie eenvoudiger en bieden ruimte aan grotere machines. Een lagere plantdichtheid kan bovendien de concurrentie tussen wijnstokken om water verminderen. De wijziging past daarmee bij de behoefte om de wijngaard aan te passen aan veranderende klimatologische omstandigheden.
Deze versoepeling geldt voor de drie verschillende kleuren Mâcon — rood, wit en rosé. De gereguleerde maximale opbrengsten blijven bestaan en zijn door deze wijziging niet verhoogd.
3. Bodembedekking — een nieuwe verplichting
De hervorming bevat ook een concrete maatregel voor het beheer van de bodem. Wanneer de spontane vegetatie tussen de rijen wordt beheerst met chemische onkruidbestrijding, moet voortaan minimaal 20% van de oppervlakte tussen twee rijen zijn voorzien van een spontaan of ingezaaid vegetatiedek, of van een andere toegestane bodembedekking.
4. Houtfragmenten — een nieuwe scheidslijn in de kelder
Het vroegere algemene verbod op houtfragmenten is voor de AOP Mâcon versoepeld. Voor witte wijnen blijft het verbod voortaan alleen gelden voor Mâcon-Villages en Mâcon-wijnen met een aanvullende geografische aanduiding. Voor generieke witte Mâcon zijn houtfragmenten daarmee toegestaan. Eikenhoutsnippers zijn daarvan het bekendste voorbeeld en worden gebruikt om snel houtaroma’s aan een wijn te geven.
Wijnbouwers krijgen zo meer vrijheid om in te spelen op de smaak van de consument en de internationale markt. Het gebruik van houtfragmenten komt bijvoorbeeld al voor bij Coteaux Bourguignons, zoals bekend de laagste classificatie binnen de AOC Bourgogne. Bij de specifiekere Mâcon-wijnen blijft de regel strenger, mede om de typiciteit van terroir en climat te beschermen en te waarborgen. Traditionele rijping op eikenhouten vaten blijft uiteraard toegestaan.
Een belangrijke nuance over alcohol
Er bestaat in de praktijk verwarring over het alcoholpercentage van witte Mâcon. Het cahier des charges noemt voor witte Mâcon een minimaal natuurlijk alcoholgehalte van 10%; voor Mâcon-Villages is dat 10,5% en voor Mâcon met een aanvullende geografische aanduiding 11%.
Belangrijk: dit zijn geen minimumpercentages voor de wijn in de fles. Het gaat om het natuurlijke alcoholgehalte van de druiven/most. Onder de geldende voorwaarden is verrijking toegestaan en gelden vervolgens maxima voor het uiteindelijke alcoholgehalte: 12,5% voor witte Mâcon, 13% voor Mâcon-Villages en 13,5% voor Mâcon met een aanvullende geografische aanduiding.
En Bourgogne Blanc uit de Mâconnais?
De nieuwe regels voor Mâcon gelden niet voor Bourgogne Blanc. Mâcon en Bourgogne zijn twee verschillende appellations, met elk hun eigen regels. Die van Bourgogne zijn op 6 januari 2026 opnieuw officieel vastgesteld.
Kort gezegd: waar Mâcon wat meer vrijheid krijgt — onder meer met druivenrassen, plantdichtheid, rijafstand en voor generieke witte Mâcon ook met houtfragmenten — verandert er voor Bourgogne Blanc niets.
Persoonlijke noot
Als kind van de Côte Chalonnaise kijk ik met steeds meer verbazing naar wat zich onder en boven ons afspeelt: boven ons in de Côte d’Or stijgen de prijzen soms sneller dan de druiven rijpen, terwijl onder ons in de Mâconnais de regels voorzichtig worden opgerekt. Het voelt bijna alsof wij hier in de Côte Chalonnaise in het oog van de storm zitten. Zolang die voorheen onverwoestbare Mâcon-Lugny ‘Les Charmes’ van de lokale coöperatie zich daar niets van aantrekt en gewoon net zo lekker blijft als altijd, vind ik het allemaal best.
Ten slotte
De diepte in met het artikel ‘Mâcon verandert de wijn. Maar wat wil de consument?‘ van de wijnjournalist en registervinoloog Reinier Broeks.