
Niemand weet nog precies wat 2026 in de Bourgogne zal brengen. Eén ding staat echter vast: dit is een oogstjaar zonder precedent. Herhaalde hittegolven, extreme droogte, hoge potentiële alcoholpercentages en lage opbrengsten hebben de wijngaarden volgens ingewijden “naar onbekend terrein gebracht”. Alles wijst op weinig wijn — maar mogelijk op grote wijnen.
Ongeveer een maand geleden vroeg het tijdschrift Bourgogne Aujourd’hui zich af wat de wijnbouwers zouden oogsten als de droogte zou aanhouden. Inmiddels weten we het antwoord. Niet veel. 2026 is het vijfde kleine oogstjaar in zeven jaar, na 2020, 2021, 2024 en 2025.
De wijngaarden toonden aanvankelijk een opmerkelijke veerkracht. Dankzij de regen in de winter en het vroege voorjaar bleef de groei op gang. Maar de laatste hittegolf, rond 15 augustus jl., lijkt op veel plaatsen de genadeklap te hebben gegeven. Druiven verloren snel gewicht, terwijl het suikergehalte en daarmee het potentiële alcoholpercentage in enkele dagen sterk opliep. Op zwaar gestreste percelen — jonge wijnstokken en lichte bodems voorop — zou in drie à vier dagen 20 tot 30 procent van de oogst verloren zijn gegaan.
In Chablis verwacht een gerenommeerde wijnbouwer op de niet door vorst getroffen percelen slechts 25 tot 30 hl/ha, en waar de vorst toesloeg zelfs maar 10 hl/ha. Een andere grote naam in Chablis rekent op gemiddeld zo’n 20 hl/ha, met potentiële alcoholpercentages boven 14 procent. In de Côte de Beaune spreken wijnbouwers over opbrengsten die ze in bijna vijftig jaar wijnbouw niet eerder hebben meegemaakt: in Volnay en Pommard soms minder dan 10 hl/ha. De Côte de Nuits lijkt er iets beter voor te staan, dankzij de rijkere, meer kleiachtige bodems die meer water vasthielden.
Toch is de Bourgogne ook in 2026 geen homogeen verhaal. Het departement Saône-et-Loire — de Côte Chalonnaise en de Mâconnais — lijkt er relatief goed vanaf te komen. In Mercurey viel sinds half juni bijna 50 millimeter regen, in Rully zelfs zo’n 70 millimeter in juli. Sommige wijnbouwers begonnen daarom pas in de vierde week van augustus met de grote oogstploeg. In het noorden van de Côte Chalonnaise wordt gerekend op zo’n 35 hl/ha, met uitstekende rijpheid. In de Mâconnais liggen de opbrengsten lokaal zelfs tussen 30 en 50 hl/ha, bij potentiële alcoholpercentages van 13,5 tot 14,5 procent en opvallend goede evenwichten.
Dat grote verschil tussen percelen verklaart ook de uitzonderlijke spreiding in oogstdata. Sommige wijnbouwers begonnen al op 8 augustus jl. — waarschijnlijk een record voor de Bourgogne — terwijl anderen pas de afgelopen dagen aan de slag gingen. Wie heeft gelijk? In 2026 valt daar nauwelijks een antwoord op te geven. Regen, bodemtype, leeftijd en genetica van de wijnstokken, druivenras en teeltwijze bepaalden van perceel tot perceel hoe snel de druiven rijpten. Daarmee werd de keuze van het oogstmoment belangrijker dan ooit.
De eerste indicaties voor de kwaliteit zijn voorzichtig positief. Alles wijst op een rijke, geconcentreerde en zonnige stijl. De kleine druiven kunnen veel concentratie en kleur bevatten. Bij rood is terughoudendheid met extractie essentieel; bij wit lijkt de zuurgraad, dankzij goede niveaus van de natuurlijke organische zuren, vooralsnog voldoende houvast te bieden. Het is nog te vroeg voor definitieve conclusies, maar het zou verrassend zijn als 2026 géén uitzonderlijke wijnen oplevert. Maar goed. dit geldt ook voor een oogstjaar zoals 2024 — als je begrijpt wat ik bedoel.
De keerzijde is economisch. In 2024, 2025 en 2026 samen zal de Bourgogne naar schatting slechts ongeveer anderhalve normale oogst hebben geproduceerd, terwijl de markt al onder druk staat en de wijnconsumptie afneemt. Voor wijnbouwers is dat meer dan een statistiek. “We werken niet het hele jaar om 80 hl/ha te produceren, maar ook niet om uiteindelijk 10 of 20 hl/ha binnen te halen.” Economisch wordt het kantje boord, psychologisch is het uitputtend.
Het oogstjaar 2026 is daarmee meer dan een extreem millésime. Het is een waarschuwing én een demonstratie van veerkracht. Wat de laatste jaren steeds duidelijker wordt, is hoe heterogeen de oogsten in de Bourgogne zijn geworden. Hitte, droogte en korte oogstvensters treffen niet elke wijngaard op dezelfde manier. Bodem, ligging, leeftijd van de stokken en teeltwijze, met daar bovenop het onvoorspelbare weer, maken steeds meer het verschil. De uitdaging voor de wijnbouwer is om zich daaraan aan te passen, zonder de frisheid, precisie en eigenheid van de wijnen uit het oog te verliezen.
De komende weken, tijdens de vinificatie, zal blijken of 2026 de belofte van een uitzonderlijk millésime waarmaakt. Maar één conclusie lijkt nu al gerechtvaardigd: de Bourgogne heeft in 2026 weinig druiven geoogst, maar mogelijk wel de bron van grote wijnen.
N.b.: de wijnoogst van 2026 in de Beaujolais wordt gekenmerkt door hoge suikergehaltes, lage tot gematigde zuren en vooral kleine opbrengsten door hitte, droogte en plaatselijke hagelschade. Vooral de Crus Brouilly en Côte de Brouilly zijn zwaar getroffen, met opbrengsten rond 20 hl/ha, terwijl het zuiden dankzij meer regen en waterhoudende bodems beter presteert.
De sanitaire conditie van de druiven is over het algemeen uitstekend en vooral de witte wijnen — ook in deze wijnstreek te denken aan de chardonnay druif — lijken veelbelovend. Bij de rode wijnen vormen alcoholpercentages boven 14% en beperkte zuren een uitdaging: zorgvuldige oogstdata en een terughoudende vinificatie zijn essentieel om voldoende frisheid en balans te behouden.
Bronnen voor deze bijdrage:
– persbericht Le Comité Bourgogne;
– artikelen op de website van het tijdschrift Bourgogne Aujourd’hui;
– de (onvolprezen) Franse wijnblog Le Vin En Bourgogne.