Monnikenwerk in Cluny en Cîteaux

Abdij van Cluny (Wijn uit Bourgogne)
De oostvleugel van Abbaye de Cluny

Traditiegetrouw gooit Abbaye de Cluny in de Groene Reisgids Bourgondië van Michelin (alweer een nieuwe uitgave in 2021) hoge ogen. Maar hoe imposant Cluny ook was in het verre verleden, het vergt het nodige inlevingsvermogen om enige voorstelling te maken van de voormalige grandeur van het grotendeels verdwenen abdijcomplex. Sinds het begin van deze eeuw word je geholpen door een 3D-reconstructie en de nodige restauratiewerkzaamheden.

Duizend jaar geleden was Cluny het religieuze, spirituele en culturele centrum van het christelijke Europa in opkomst. Voor de transsubstantiatie (de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus) tijdens de eucharistievieringen in het klooster hadden de monniken wijn nodig. Nu werd er in Bourgogne voor de komst van monniken al wijn verbouwd, maar wij mogen reeds in het begin van deze bijdrage concluderen dat er ‘wijn’ was vóór Cluny en ‘Bourgogne’ vanaf Cluny (910) en later Cîteaux (1098).

Cluny
De benedictijner monniken in Cluny gebruikten de aan hen geschonken wijngaarden om wijn te produceren die nodig was voor de viering van de mis. Geleidelijk kregen de monniken door hun harde werk de kunst van de wijnbouw steeds beter onder de knie, waarbij ze zowel de kwaliteit als de mate van opbrengst verbeterden. Ze konden aldus een deel van hun wijnen verkopen en op deze manier werden de monniken deels ondernemer.

Abbaye de Cluny werkte in een door haar gecreëerde non-profitbenadering. Men had niet te maken met directe erfgenamen en men werkte niet met het doel om geld te verdienen. Verder genoten de monniken in de roerige middeleeuwen met de vele oorlogen een zekere mate van bescherming. Daarom konden de monniken veel tijd besteden aan onderzoek en studie om de kunst van het maken van wijn steeds beter onder de knie te krijgen. De methoden en vaardigheden die de monniken zich toe-eigenden, bestreken alle aspecten van de wijnbouw, van het snoeien, het vergelijken en selecteren van rassen tot het bewaren van de wijn. Maar bovenal waren de monniken, eerst in Cluny en later in Citeaux, verantwoordelijk voor het creëren van een aantal basisbeginselen voor de identiteit van de wijngaarden. Centraal stond het concept terroir en op basis hiervan het onderkennen van unieke, afgebakende wijngaarden met elk hun typische eigenschappen. Het woord climat werd hiervoor in het leven geroepen en een met stenen muren omringde climat werd clos genoemd.

De bloei van de religieuze gemeenschap in Cluny kreeg onder meer gestalte door de vele geschenken van de adel, vaak in de vorm van land. De bourgondische edelen hoopten door deze gaven dat hun zonden werden vergeven en dat een tocht naar een hemels hiernamaals werd gegarandeerd. Op haar beurt kon de Abbaye de Cluny met de opbrengsten van de wijngaarden aangrenzende percelen opkopen. De kloosterorde werd uiteindelijk grootgrondbezitter van vele wijngaarden binnen de huidige Côte Chalonnaise en Mâconnais. Men bezat ook enkele wijngaarden verder richting het noorden, waaronder het huidige climat met de naam ‘Romanée-Saint-Vivant’ in de Côte de Nuits. De indrukwekkende lijst behelst verder onder meer percelen wijn in en rondom het huidige Gevrey-Chambertin, Meursault en Puligny-Montrachet.

Eeuwenlang bleef Cluny de grootste eigenaar van wijngaarden in Bourgogne. Het hoogtepunt van hun macht bereikten deze monniken in de 11e eeuw, toen ze meer dan 1100 kloosters bezaten. In 1321 produceerde men het equivalent van ongeveer 150.000 flessen wijn per jaar als onderdeel van haar normale activiteiten. Kloosters waren zelfvoorzienende business units, waar de monniken hun eigen graan, groenten, fruit en kruiden verbouwden en vee hielden. De rest van de tijd was voor gebed en studie. Omdat er aan geld geen gebrek was, werden er steeds vaker leken ingehuurd om het zware werk in de wijngaarden en wijnkelders te doen. De omvang van de weelde van Abbaye de Cluny en haar tanende spirituele grondhouding begonnen enkele monniken echter tegen de borst te stuiten.

Cîteaux
Juist op het moment dat ‘Cluny III’ werd gebouwd (naar verluidt zou dit grootste kerk ter wereld zijn geweest tot de bouw van de Sint-Pietersbasiliek in Rome), verliet een groep ontevreden monniken Abbaye de Cluny. Zij waren ongelukkig met vormen van spirituele losbandigheid en het opgeven van traditionele monastieke waarden. Deze monniken vormden 1098 een ​​nieuwe orde: de cisterciënzers. Om zich te onderscheiden van de benedictijnen uit Cluny die zwart droegen, droegen de cisterciënzers een wit habijt. Zij keerden terug naar een meer zuinige en boetvaardige levensstijl en bouwden een abdij op moerassig land ongeveer 12 km ten oosten van Nuits-Saint-Georges, De nieuwe abdij werd bekend onder de naam Abbaye Notre-Dame de Cîteaux. Ook ditmaal was het onderkomen een geschenk van een bourgondische notabele.

Abbaye Notre-Dame de Cîteaux kon zich vooral verheugen op nauwe banden met de hertogen van Bourgogne. De eerste overdracht van wijnstokken door de toenmalige hertog van Bourgogne aan de nieuwe kloosterorde vond meteen plaats in 1098. Deze wijnstokken stonden in Meursault, ongeveer 40 km van Citeaux. Het lijkt de oprichtingsgift te zijn geweest die de cisterciënzers in staat stelden met hun monastieke activiteiten te beginnen. De monniken verwierven verder wijngaarden in zowel de Côte de Beaune als de Côte de Nuits, evenals percelen in de buurt van Chablis en Chalon-sur-Saône. Noemenswaardig was de schenking door de hertogin van Bourgogne in het jaar 1232 van grote delen van de huidige Grand Gru wijngaard ‘La Romanée-Conti’.

Abbaye Notre-Dame de Cîteaux was een naam met aanzien geworden, ook onder gelijken. Met de overname van de Priorij van Gilly (nabij Vougeot en in het bezit van monniken uit Parijs) waren de parochies van Morey, Chambolle en Vougeot betrokken, inclusief hun prestigieuze wijngaarden (met als hoofdprijs de wijngaard ‘Musigny’). Verder verwierf de Abdij van Citeaux ongeveer 9 hectare, het hart van wat later ‘Clos de Vougeot’ zou worden (tegenwoordig ongeveer 50 ha). De muur van omheining werd in het begin van de 11e eeuw gebouwd. Een tekst uit 1228 spreekt over de ‘Grand Clos de Cîteaux’.

Tot welke indrukwekkende hoogte de kennis over wijnbouw van de monniken van de Abbaye Notre-Dame de Cîteaux inmiddels reikte, blijkt uit het volgende voorbeeld. De monniken waren inmiddels in staat om zelfs binnen één climat, in dit voorbeeld ‘Clos de Vougeot’, de nodige nuances te ontdekken wat smaak en kwaliteit betreft. Zij deelden ‘Clos de Vougeot’ in drie afzonderlijke delen om binnen het beste deel de zogenaamde ​​‘Cuvée du Pape’ te creëren voor paus Clemens VI (1342 tot 1352). Hoewel ‘Clos de Vougeot’ één climat is, wordt deze historische driedeling nog altijd in ere gehouden.

Tot de Franse revolutie bleven vele wijngaarden eigendom van beide kloosterordes, zij het met de nodige acquisities en eigendomswisselingen. De monniken bleven in al die tijd ijverige en bekwame wijnmakers. Hun bijdrage aan de indeling van de percelen wijn op basis van de kwaliteit van de geproduceerde wijn is vandaag de dag nog steeds grotendeels hetzelfde. Het werk van de monniken vestigde uiteindelijk de reputatie van de Bourgogne en zijn wijnen over de hele wereld.

N.b.: bezoek je de Abbaye de Cluny en je wilt een goede fles wijn kopen, dan is Le Cellier de l’Abbaye (13 Rue municipale) in Cluny een wijnwinkel die door kenners wordt aanbevolen. Vanaf Abbaye Notre-Dame de Cîteaux is het maar 12 kilometer tot Nuits-Saint-Georges.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.