En route (encore) !

Vrij naar de titel van mijn allereerste blog.

Tijdens een vertrouwde wandeling in La Vallée des Vaux

Het vorige jaar liepen twee bourgondische draden naast elkaar en ergens rond de oogst van 2024 wisten zij elkaar te kruisen. Allereerst kan ik tevreden terugkijken, niet alleen op een mooi bourgondisch jaar, maar op onderhand tegen de 400 blogs. Over Bourgogne kun je blijven schrijven, maar ik vind dat mijn Bourgogne, los van een dynamische actualiteit, voor een groot deel is gedocumenteerd. Verder wordt Bourgogne steeds kleiner voor mij. Tijdens het laatste verblijf liet ik zelfs de Mâconnais links liggen en ging ik niet op zoek naar dat ene nog onbekende domein in de Côte de Beaune. Na vijftien jaar residentie in het hart van de Côte Chalonnaise heeft dit wijndistrict mij helemaal ingepakt. Ik heb daarbij bij lange na niet eens de helft van de domeinen in mijn wijndorp bezocht.

In menig opzicht bevindt de Bourgogne zich in een transitie. Wat te denken van de uitwassen van het klimaat (2021, 2024). Intussen blijven de prijzen maar stijgen en hebben wij te maken met een volledig nieuw economisch wereldtoneel. Steeds meer lezers maken met de nodige zorg aan mij hun maximum prijs per fles kenbaar: meestal rond de 15, 20, soms tegen de 30 euro. In de vijftien jaar dat ik in de Côte Chalonnaise verblijf, is de druk op dit wijndistrict toegenomen. Liefhebbers, die voor de prijzen in de Côte d’Or passen, wijken onder meer uit naar de Côte Chalonnaise. Daarbij is de kwaliteit van de Bourgognes uit dit wijndistrict er met grote stappen op vooruit gegaan. Wat mij betreft: zevenmijlslaarzen. Dus staan inmiddels ook de prijzen in de Côte Chalonnaise onder druk.

Gelukkig dat voor opvallend veel personen de Côte Chalonnaise een blinde vlek op de bourgondische kaart blijft. Sla maar de recente egodocumenten open die onlangs in de Nederlandse boekhandel belandden. “Ach Miekel”, fluisterde de wijnbouwster Géraldine Lochet mij nog niet zolang geleden toe, “sommigen denken nog steeds dat de Bourgogne ophoudt in het zuiden van de Côte de Beaune.” Terwijl ik nipte aan een glaasje met haar overheerlijke witte Saint-Aubin ‘La Traversaine’ (2022).

De Côte Chalonnaise maakt inmiddels deel uit van mijn DNA en ik wil het wijndistrict alleen maar beter leren kennen. Echter, mijn wijnkelder is niet compleet zonder een goede Chablis. Er staat nog een bezoek aan het domein van Alain Jeanniard (Morey-Saint-Denis) in mijn agenda. Het voorafgaande valt dan ook als volgt samen: ik vervolg de blog ‘Wijn uit Bourgogne’ met twee blogs per maand, eentje over de Côte Chalonnaise en eentje over een ander aspect van Bourgogne. Hierbij schrijf ik met opzet niet de Bourgogne, want ook een bezoek aan Les Coteaux du Brionnais staat op hoog mijn bourgondische to-do list (een piepklein wijndistrict in het zuidwesten van het departement Saône-et-Loire geclassificeerd als een IGP). En wanneer het gelegen is, wanneer er een reden is, doe ik zeker die derde blog in een maand.

En dan nog van die dingen

Teken ik bij deze noem het herstart van mijn blog nog een aantal zaken aan die voortvloeien uit de vragen die mij in de loop der jaren bereikten én uit regelrechte misvattingen waartoe ik toch echt geen aanleiding heb gegeven (ik heb stellig de indruk dat sommige Waalse lezers Google Translate danig verbasteren; aucune offense). Om te beginnen woon ik niet in Bourgogne, maar keurig in Nederland. Sinds 2011 verblijf ik tijdens mijn bourgondisch escapades op een vast adres in het hart van de Côte Chalonnaise dat ik “mijn bourgondische residentie” noem. Verder heeft mijn blog geen enkel commercieel oogmerk. En nee, ik verkoop dus geen Bourgognes. Toch kreeg ik bij voorbeeld in oktober weer een mail, waarin een lezer spontaan aankondigde mij de dag erna te bezoeken om Bourgognes te proeven. Bizar, omdat ik op dat moment in Bourgogne was.

Eind 2019 nam de Amerikaanse (wijn-)schrijver Jay McInerney zich tien zaken voor om 2020 goed te beginnen. Op nummer één stond: Drink less, but better. Ik sloot aan. Dit betekent dat ik elk jaar toekom met de Bourgognes die ik in Bourgogne koop, aangevuld met aanwinsten tijdens de wijnsalons bij onze zuiderburen (vooral in Wallonië) te bezoeken. Omarm Google als een goede vriend(in) en ontdek dat door mij vermelde Bourgognes meestal in de Lage Landen verkrijgbaar zijn. Zelfs de bijzondere rode Bourgogne Côte Chalonnaise waarover ik in een volgende bijdrage zal schrijven. Wat ik hiermee wil zeggen: ik koop geen Bourgognes meer in Nederland (heel af en toe een Beaujolais), hooguit in een Belgische supermarkt.

Ik ben ten slotte steeds terughoudender met het adviseren van domeinen, wanneer een lezer mij hiertoe expliciet verzoekt via ‘contact’ of zo. Voor elk domein dat ik zou benoemen, laat ik de naam van een ander goed domein onvermeld. Daarbij, zijn er slechte domeinen in Bourgogne? Is het niet meer een kwestie van smaak? Want van één zaak ben ik zeker: ik zal de Bourgogne (zelfs de Côte Chalonnaise) nooit in haar geheel leren kennen. Dat is een gedachte die ik koester. En route (encore) derhalve.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.